Beleggingspanden.nl

Mogelijke wijzigingen vennootschapsbelasting 2010

Op 15 juni heeft de Staatssecretaris van Financiën een consultatiedocument bekendgemaakt waarin hij aankondigt wijzigingen te willen aanbrengen in de deelnemingsvrijstelling, in de behandeling van groepsrente en in de renteaftrek op leningen aangegaan ter financiering van deelnemingen. In dit memo geven wij de hoofdlijnen van het consultatiedocument weer.

1.    Onderwerpen in het consultatiedocument

Het consultatiedocument behandelt 3 onderwerpen en nodigt geïnteresseerden uit opmerkingen te maken. De onderwerpen zijn:

  • De voorwaarden voor de deelnemingsvrijstelling worden verruimd.
  • Introductie van een effectief belastingtarief van 5% op interest ontvangen van en betaald aan groepsmaatschappijen.
  • De invoering van een beperking van renteaftrek op leningen aangegaan voor de financiering van deelnemingen.

 2.    Verruiming van de deelnemingsvrijstelling

Sinds 2007 geldt de deelnemingsvrijstelling indien tenminste voor 5% wordt deelgenomen in dochtervennootschappen en indien aan 1 van de volgende voorwaarden wordt voldaan.

De eerste voorwaarde is de activa-test, die inhoudt dat minder dan 50% van de activa (direct en indirect) bestaat uit beleggingen. De tweede voorwaarde is de onderworpenheids-test, waarbij de deelneming onderworpen moet zijn aan een winstbelasting van minimaal 10%, berekend naar Nederlandse maatstaven. Tenslotte is de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing indien 90% of meer van de activa van de deelneming bestaat uit onroerende zaken.

In het consultatiedocument wordt voorgesteld de eerste twee voorwaarden te verruimen en de derde voorwaarde af te schaffen. De eerste twee voorwaarden zijn niet langer van toepassing op een deelneming van minimaal 5% als de deelneming niet ter belegging wordt gehouden. Alleen indien de deelneming ter belegging wordt gehouden, kunnen de eerste twee tests worden toegepast om alsnog de deelnemingsvrijstelling te genieten.

Onder de twee verruimde tests zijn slechts een aantal specifieke beleggingen aangemerkt als passief. Daarnaast hoeft het 10% criterium niet meer te worden berekend volgens Nederlandse maatstaven.

Als de wijzigingen worden ingevoerd, dan kan, in vergelijking tot de huidige situatie, de deelnemingsvrijstelling in meer gevallen worden toegepast.

3.    Effectief tarief van 5% op groepsrente

Teneinde Nederland aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor Europese hoofdkantoren en financieringsvennootschappen, wordt voorgesteld om een groepsrentebox in te voeren. In deze box zullen renteontvangsten van groepsvennootschappen belast worden met een effectief tarief van 5%. Rentebetalingen aan groepsvennootschappen zullen aftrekbaar zijn tegen hetzelfde tarief van 5%.

In het consultatiedocument geldt de regeling voor groepsvennootschappen die verbonden zijn. Hierbij wordt aangesloten bij de voorwaarden op grond waarvan een lichaam verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te stellen (in principe door middel van 50% of meer, direct of indirect, van de zeggenschap).

Het consultatiedocument bevat daarnaast een aantal anti-misbruikregelingen.

4. Beperking van renteaftrek

In het document worden twee varianten genoemd om de renteaftrek te beperken. In dit verband worden slechts situaties geraakt indien een drempel wordt overschreden van een rentebedrag van € 250.000 per jaar. Pas boven dit bedrag hebben de maatregelen effect.

  • Variant 1: renteaftrekbeperking bij investeringen in deelnemingen
    In deze variant wordt renteaftrek niet langer toegestaan indien een lening is opgenomen (bij een bank of bij een groepsmaatschappij) teneinde een deelneming te financieren en indien het eigen vermogen niet voldoende is. Van het laatste is sprake indien kort gezegd de waarde van de deelnemingen hoger is dan het eigen vermogen van de belastingplichtige. De huidige thin capitalization regels kunnen in deze variant worden afgeschaft.
  • Variant 2: earnings stripping regeling
    Als alternatief wordt voorgesteld om zogenaamde “earnings stripping”-regels in te voeren, waarbij de maximaal toegelaten renteaftrek wordt gekoppeld aan de hoogte van de fiscale winst (vóór aftrek van rente en afschrijvingen). Op basis van deze regels wordt toegestaan om maximaal 30% van de “EBITDA”-winst (winst voor rente, belastingen en afschrijvingen) aan interest af te trekken. Hierbij dient de EBITDA op basis van Nederlandse maatstaven te worden berekend.

4.    Hoe verder na 15 juni 2009?

Elke belangstellende wordt uitgenodigd om commentaar in te leveren voor 1 augustus a.s. Het definitieve voorstel zal vervolgens begin september naar de Tweede Kamer worden gezonden. Het ligt in de bedoeling om de nieuwe regels in te voeren met ingang van 1 januari 2010.

Slotopmerkingen

Hoewel het kort dag is, is het de bedoeling de wetswijziging met ingang van 1 januari 2010 in te voeren. Belastingplichtigen dienen dan ook na te gaan of de nieuwe maatregelen invloed hebben op hun belastingpositie. Indien bekend is welke maatregelen zullen worden ingevoerd, dienen op dat moment de noodzakelijke stappen te worden genomen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:

Crop belastingadviseurs Nieuwegein
mr. drs. S.E. Bult

T: 030 604 00 35
E: sbult@crop.nl