Beleggingspanden.nl

Interne reorganisatievrijstelling voor de overdrachtsbelasting

Op 8 mei 2009 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de interne reorganisatievrijstelling voor de overdrachtsbelasting. De casus was als volgt. Belanghebbende heeft in het kader van een interne reorganisatie een onroerende zaak verkregen. Deze verkrijging was vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van de interne reorganisatievrijstelling. Op dezelfde dag is de inbrengende vennootschap juridisch gesplitst in twee persoonlijke houdstermaatschappijen. De inspecteur en de rechtbank hebben daaraan het gevolg verbonden dat de vrijstelling moet worden teruggenomen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde dat de concernrelatie tussen de inbrenger en de verkrijger ten minste drie jaar in stand moet gebleven. Het hoger beroep van belanghebbende is uitsluitend gebaseerd op de stelling dat met de splitsing niet werd gehandeld in strijd met doel en strekking van de voorwaarden. Voor en na de splitsing is er geen wijziging gekomen in de uiteindelijke gerechtigdheid.

Hof Den Bosch heeft echter geoordeeld dat de wettekst duidelijk is. In dat geval is er geen ruimte voor een onderzoek naar de motieven achter de reorganisatie of het uiteindelijke effect daarvan. De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:

Crop belastingadviseurs Nieuwegein
mr. drs. S.E. Bult

T: 030 604 00 35
E: sbult@crop.nl